De gemeenten Naarden en Muiden tonen op hun websites 10 motieven ten gunste van de gemeentelijke herindeling met Bussum, Muiden en Weesp.
Het zesde motief luidt:
Vorming van gemeente Naardermeer is geen inbreuk op de identiteit van de vier steden
De praktijk laat zien dat historisch gegroeide identiteiten na een fusie gewoon blijven voortbestaan. De verbindende kracht die van lokale gemeenschappen uit kan gaan, verandert niet. Met de fusie verliezen de inwoners niet hun identiteit, maar krijgen zij er een nieuwe identiteit bij.
De praktijk laat inderdaad zien dat “historisch gegroeide identiteiten na een fusie gewoon blijven voortbestaan. De verbindende kracht die van lokale gemeenschappen uit kan gaan, verandert niet.” Vanzelfsprekend niet; na een fusie blijven de huizen staan, de straten blijven liggen, de winkels en de scholen, het doktershuis, de spoorwegovergang en de kerken worden niet verplaatst, het park houdt dezelfde naam, net als de bioscoop, de bushalte, noem maar op. Alleen het Gemeentehuis wil nogal eens verplaatst worden. Maar ja, driekwart van de bevolking komt daar bij wijze van spreken maar eens in de vijf jaar. Dat is vast wel te overleven.
De slotconclusie van dit motief is echter een hele merkwaardige, vooral door het tweede zinsdeel.
“Met de fusie verliezen de inwoners niet hun identiteit, maar krijgen zij er een nieuwe identiteit bij.”
Bij identiteit gaat het om individuele eigenschappen en om de manier waarmee een persoon zich vereenzelvigt met die eigenschappen van hem of haar èn tegelijkertijd met de eigenschappen van zijn of haar woonplaats, zo wordt in de voorafgaande zinnen aangegeven.
Omdat men leeft vanuit een identiteit, is de verworteling essentieel en daarmee dus ook het historisch aspect. Alleen dàt maakt het mogelijk dat men tegelijkertijd meerdere identiteiten kan hebben; maar alleen als die identiteiten ook in een onderling verband staan. Zo is men bijvoorbeeld Naarder, maar tegelijk ook Nederlander en óók Europeaan. Identiteiten van de bevolking hebben een historisch verband en altijd iets dat ‘grondgebonden’is.
Daarom klopt het in dit motief niet dat men er een ‘identiteit bij krijgt’. Het lijkt wel haast eerder een aanzet tot schizofrenie.
De identiteit van de eventueel in te richten nieuwe gemeente is, bij gebrek aan historie, nog niet gedefinieerd. En die identiteit is ook nog niet te beschrijven, zolang er weerstand tegen is in plaats van draagvlak bij inwoners èn bestuurders. Het ontbreekt dus aan de noodzakelijke gemeenschappelijkheid, terwijl een kenmerk van identiteit van een organisatie nu eenmaal is dat er gemeenschappelijkheid bestaat in alle geledingen van een organisatie.
Nu omgekeerd: als we weten dat een identiteit van een (woon-)plaats bestaat bij de gratie van de vereenzelviging daarmee door de inwoners, dan kan er geen nieuwe identiteit ontstaan of bij komen, als enerzijds tegelijkertijd wordt beweerd (zie dit motief) dat de vorming van een nieuwe gemeente geen inbreuk vormt op de identiteit van de bestaande gemeenschappen.
Daarnaast is er ook geen behoefte aan een nieuwe identiteit als vastgehouden wordt aan de mening dat de bestaande identiteiten niet worden bedreigt en anderzijds de fusie tegelijkertijd ook wordt gepresenteerd als een bestuurlijk-administratieve koepel boven de bestaande plaatsen.
Door het ontrafelen van dit motief en een poging tot weerlegging van het aanbod in de slotzin, blijkt het wat mij betreft met zichzelf in strijd en is dus als motief voor fusie onbruikbaar.