De gemeenten Naarden en Muiden tonen op hun websites 10 motieven ten gunste van de gemeentelijke herindeling met Bussum, Muiden en Weesp.
Het zevende motief luidt:
Gemeente Naardermeer heeft groot draagvlak
De combinatie Bussum-Naarden-Weesp-Muiden heeft een zeer groot draagvlak. Immers, drie van de vier gemeenteraden en de Provincie Noord-Holland zijn voorstander van deze fusie. De gemeente Bussum wil ook fuseren, maar liever in een andere combinatie.
De Ministerraad heeft op 3 april 2009 een nieuw ‘Beleidskader’ vastgesteld voor gemeentelijke herindeling. Net als in het vorige beleidskader van december 2002 is lokaal draagvlak daarin nog steeds het meest zwaarwegende punt. Het loont dus de moeite om eens wat nader te kijken naar draagvlak. Daaronder wordt met name begrepen dat het draagvlak voor een herindeling onder burgers en politici optimaal moet zijn.
Nu wordt bij dit motief als onderbouwing genoemd dat drie van de vier gemeenteraden voor zijn. Dat is een terechte constatering, maar het zegt meer over een bestuurslaag en weinig over draagvlak onder politici en in elk geval helemaal niets over draagvlak onder burgers.
Als we die bestuurslaag ‘gemeenteraad’ nader bekijken dan zijn daar tenminste twee dingen bij op te merken die het begrip draagvlak nuanceren..
Bij de officiële stemmingen over het fusievoorstel in de vier gemeenteraden was alleen die in Muiden (de kleinste met 13 leden) unaniem vóór. De gemeenteraad van Naarden (17 leden) was verdeeld. De gemeenteraad van Weesp (17 leden) was ook verdeeld. De gemeenteraad van Bussum (23 leden) was unaniem tegen.
Cijfermatig was de stand dat er in totaal in de vier gemeenten 70 gemeenteraadsleden zijn; daarvan zijn er 37 vóór en 32 leden tégen; er was er één ziek. De voorstanders van de Gv4-fusie vormen dus 53%. Dat is natuurlijk nogal wat anders dan een optimaal draagvlak en de werkelijkheid is dus geen sterke onderbouwing voor dit 7e motief dat spreekt van ‘groot draagvlak’. In de praktijk heeft inmiddels bovendien de grootste partij in de gemeenteraad van Weesp zich bedacht; zij stemden vóór, maar de 5 leden van deze fractie zouden nu tegen stemmen, met als argument “Fuseren waarom, samenwerken kan ook. Dit was en is nog steeds de mening van de WSP. Ook na behandeling van het rapport Berenschot is onze mening niet gewijzigd. De GV2 komt er net zo goed uit als de GV4. Weesp en Muiden samen biedt volgens dit rapport zeker goede kans tot slagen. Zeker met de bebouwing van de Bloemendalerpolder.”
Kijken we naar het draagvlak onder de inwoners, dan is een vergelijking erg moeilijk.
De meest grootschalige meningspeiling is in Bussum uitgevoerd. Via een schriftelijke oproep heeft elke Bussumer van 18 jaar en ouder de mogelijkheid gehad een stem uit te brengen.
Dat leidde tot een respons van 46,7%; daarvan was 96,4% tegen de Gv4-fusie.
Hoe zorgvuldig ook uitgevoerd, de vraagstelling en aanpak was niet te vergelijken met een onderzoek in Naarden. Daar vond alleen via internet een enquête plaat sen ook al in een eerder stadium. In die fase was ruim 6% voorstander van de Gv4-fusie, maar ruim 40% was voorstander van alleen een fusie van Naarden met Bussum.
In Weesp heeft een marktonderzoeksbureau een onderzoek gehouden onder 1.000 inwoners; daaruit bleek dat toen 12% voorstander was van de Gv4-fusie. Alleen in Muiden, waar een onderzoeksbureau onder 500 inwoners een onderzoek hield, kwam de voorkeur voor een grote fusie op 26% uit.
In acht genomen alle onvergelijkbaarheid van de onderzoeken, suggereert dit toch nergens dat onder inwoners gesproken kan worden van ‘groot draagvlak’ zoals dit zevende Motief voor de fusie suggereert.
Bijkomend belangrijk punt is dat het tot de taak van de provincie behoort om vast te stellen of het lokaal draagvlak voldoende aanwezig is en ook of dat op een behoorlijke wijze is vastgesteld. Want zowel dat officiële Beleidskader, als ook het Coalitie-akkoord van deze regering stelt “Herindeling van gemeenten vindt plaats indien daarvoor voldoende lokaal draagvlak bestaat. De verantwoordelijkheid voor de toetsing daarvan berust bij het provinciebestuur; de wetgever toetst de voorstellen in principe uitsluitend op het gevolgde proces.”
De toetsing van het lokaal draagvlak door de provincie heeft zich (ook bij monde van de toenmalige verantwoordelijk Gedeputeerde) beperkt tot de vaststelling dat 3 van de 4 Gemeenteraden voorstander van de Gv4-fusie zijn.
Alleen al om deze reden zou, in lijn met de tekst uit het coalitie-akkoord, de Tweede Kamer (‘de wetgever’) mogen concluderen dat niet alleen het lokaal draagvlak onvoldoende is, maar tevens dat de gevolgde procedure onvoldoende was.