De gemeenten Naarden en Muiden tonen op hun websites 10 motieven ten gunste van de gemeentelijke herindeling met Bussum, Muiden en Weesp.
Het tiende motief luidt:
Gemeente Naardermeer ook sterk genoeg voor de toekomst
Een fusieproces is een ingrijpende operatie, die veel tijd, geld en inspanning kost. Met de vorming van de gemeente Naardermeer wordt voorkomen dat op termijn nogmaals een fusieproces in gang moet worden gezet.
Dit motief straalt een overweldigende zekerheid uit: de gemeente Naardermeer, als het ultieme doel èn het volmaakte eindpunt.
Her en der worden nu gefuseerde organisaties teruggebracht tot een schaal die overzienbaar en beheersbaar is, tot een formaat dat past bij de kernfunctie en begrepen wordt door de doelgroep: de gebruiker: de inwoner, de ondernemer.
Waar is die verpletterende zekerheid op gebaseerd?
Zijn er normen, richtlijnen, criteria?
JA, maar toch vooral neen!
JA, want het parlement werkt aan vergroting van bestuurskracht en verhoging van doelmatigheid van het lokaal bestuur. Maar het parlement eist tegelijk ook dat een herindelingsvoorstel ‘van onderop’ komt. Vanuit het rijk bezien is dat ook de provincie.
En het parlement verlangt ook dat er ‘draagvlak’ is. De verantwoordelijke gedeputeerde gaf aan dat hij voor vaststelling van het draagvlak niet naar burgers luistert, maar naar gekozen volksvertegenwoordigers. Daarvan zijn er in Bussum, Muiden, Naarden en Weesp bij elkaar 70. Daarvan waren er indertijd 37 voor en 32 tegen. Geen overtuigend draagvlak dus.
Maar in het nu in Den Haag gehanteerde Beleidskader Herindelingen staat “dat draagvlak niet altijd unanimiteit in standpunt betekent. Een oplossing die niet door alle betrokken partijen wordt gedragen, kan alleen dan worden gekozen als er daaraan een zeer zorgvuldig proces vooraf is gegaan. Daarbij is het van belang op te merken dat er een onderscheid kan worden gemaakt tussen drie vormen van draagvlak, te weten: bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak op lokaal niveau en bestuurlijk draagvlak op regionaal niveau.”
Zijn er normen? Vaak kwam naar voren dat de Tweede Kamer zich richt op gemeenten met ca. 50.000 inwoners, maar de Kamer heeft nooit een besluit genomen waarin dat aantal is vastgelegd. Zo’n vast aantal gaat ook niet altijd op. Want 50.000 in de Randstad is heel iets anders dan in bijvoorbeeld het noordoosten van Friesland.
Ja, met 50.000 inwoners heb je als gemeente een activiteitenpakket en inkomstenstroom waarmee een goed bestuurlijk en ambtelijk stelsel is te financieren.
En met Bussum en Naarden samengevoegd heb je die 50.000 op een haar na ook al bij elkaar. En door de al decennia zowel op sociaal, cultureel en economisch gebied vergroeide twee gemeenten, is hier succes verzekerd.
Die sociale, culturele en economische binding is er niet met Weesp en heel beperkt met Muiden. De kans op vorming van een goed functionerende gemeenschap met ook Muiden en Weesp is beperkt.
Het Haagse Beleidskader stelt wel: “Het is van betekenis dat de nieuwe gemeente een logische interne samenhang kent, die identiteit geeft aan de nieuwe bestuurlijke eenheid”
Het ontbreken van die logische interne samenhang betekent in tegenstelling tot dit 10e motief van Naarden dat de duurzaamheid van de beoogde fusie afneemt.
En met ‘duurzaamheid’ hebben we een derde criterium uit het Haagse Beleidskader.
“Het is van belang dat de beoogde nieuwe gemeente goed is toegerust voor een langere periode. Voorkomen moet worden, dat de nieuwe gemeente binnen afzienbare termijn wederom bij een herindeling wordt betrokken, en aldus van de ene in de andere herindelingsdiscussie terecht komt. Die mogelijkheid wordt niet alleen bepaald door omstandigheden binnen de nieuwe gemeente, maar ook door haar directe omgeving. Dit betekent dat afwegingen met betrekking tot duurzaamheid, voor zover van toepassing, ook in een regionale context inzichtelijk moeten worden gemaakt in een herindelingsadvies. Ten aanzien van een herindelingsvoorstel zal dus ook vooraf moeten worden getoetst of sprake is van andere, meer voor de hand liggende gemeenten die bij het herindelingsproces betrokken zouden moeten worden.”
Aan de basis van het nu voorliggende herindelingsvoorstel liggen echter alleen bestuurlijk-administratief-financiële argumenten ten grondslag. Er is geen ‘visie’ over hoe de positie van de nieuw te vormen gemeente gezien zou moeten worden ten opzichte van de doorgroeiende Metropoolregio Amsterdam, ten opzichte van de Schaalsprong van Almere of ten opzichte van de Noordvleugel Utrecht. Het Gooi is het groene scharnier tussen deze drie grote ontwikkelingsgebieden. Maar er is niet geformuleerd wat daarin het belang is van de combinatie Bussum, Muiden, Naarden, Weesp ten opzichte van de andere Gooise gemeenten.
En daar staat nog heel wat te gebeuren. Waarmee de ‘duurzaamheid’ van Gv4 naar mijn mening beperkt is.