In de Memorie van Toelichting op het Wetsvoorstel Herindeling Bussum, Muiden, Naarden en Weesp wordt gemeld dat vanwege “de bijzonder hoge dynamiek van de Gooi en Vechtstreek” en vanwege de grote bovengemeentelijke bestuurlijke opgaven een stevige bestuurskracht wordt gevraagd.
Vervolgens wordt geschetst hoe deskundigen de bestuurskracht van Muiden en Weesp beoordelen.
In de navolgende zes alinea’s van deze paragraaf wordt nergens aangegeven dat deze bestuurskracht de benodigde versterking bij uitstek moet ontlenen aan de twee niet genoemde gemeenten: Naarden en met name Bussum.
Overigens wordt evenmin onderbouwd wat bedoeld wordt met "de hoge dynamiek", noch wat daarvan volgens de Minister de consequenties zijn voor de opgaven of de bestuurlijke situatie.
Pas in de laatste alinea van deze paragraaf wordt verwezen naar conclusies van anderen (de Provincie Noord-Holland en de Commissie van Wijzen), dat de betrokkenheid van Bussum “vanuit de regionale samenhang logisch en noodzakelijk is”. Maar een eigen visie van de Minister op de toekomstige gewenste positie van het Gooi ‘als scharnier’ ontbreekt in deze beschrijving.
Evenmin wordt in deze beschrijvende paragraaf over de bestuurlijke situatie ook maar iets aangeven omtrent de bestuurskracht van Bussum en/of Naarden en daarmee dus ook niet waarom de bestuurskracht van Muiden en Weesp vanuit Bussum ondersteund moet worden en wordt dus ook geen aanloop gemaakt naar een latere constatering dat de vorm van een herindeling (fusie) de beste oplossing is voor Muiden en Weesp.